In gesprek met de makers van Pocket Garden
tekst: Sanderijn Loonen
Hoe zijn jullie op het idee gekomen?
Dienke: ‘Een caravan is onlosmakelijk vebonden met vakantie, je trekt er mee op uit naar een mooie plek, zónder flats. Kijk om je heen, overal zie je hoogbouw, een enorme stadse omgeving. Wat er hier enkel rondom het terrein van Pluk de nacht wel niet gebouwd wordt in bizar korte tijd. Het is tekenend voor de wijze waarmee op veel plekken de gebouwen uit de grond worden gestampt.’
Gígja: ‘Het is die ontwikkeling en het binnen/buiten principe dat ons op het idee heeft gebracht. Normaliter kom je uit de film in een buitenomgeving, bij een openluchtfestival gaat dat niet. Je bent immers al buiten. Bij ons ga je naar binnen, maar sta je toch weer buiten.’Is dit volgens jullie de toekomst van de natuur?
Gígja: ‘Haha..het is niet bedoeld als waarschuwing hoor. We hebben het niet uit het idealistische oogpunt gemaakt dat dit het schrikbeeld voor de toekomst is, dus dat we zullen moeten vechten. We zijn geen activisten.’
Dienke: ‘Het is meer een ironisch grapje.’Wat hopen jullie los te maken bij bezoekers?
Gígja: ‘Dat ze verrast zijn. Het is leuk om mensen te verrassen. Je ziet een met spiegels gepantserde wagen, weet niet wat je kunt verwachten. Je treedt binnen en opeens sta je weer in de open lucht. Je ziet iets op een plek waar je het niet verwacht. Dat kan je op andere gedachten brengen. Het lijkt me leuk als mensen erin gaan zitten en even genieten.’
Dienke: ‘Zo denk ik er ook over, ik hoop dat mensen er een glimlach van krijgen. Het is niet iets moeilijks, maar iets fijns.’
Iets moeilijks? Vinden jullie dat kunst toegankelijk moet zijn?
Dienke: ‘Ja, dat vind ik wel. Ik hou niet zo van dwingende kunst of choquerende kunst met vlees, dierenhuiden en skeletten. Je moet mensen de ruimte laten voor hun eigen gedachten, maar niet op een wijze dat je eerst heel veel onnavolgbare stappen van de kunstenaar moet uitpluizen voordat je zelf iets beleeft. Ik vind het wel goed als mensen aan het denken worden gezet. Want kunst moet zeker niet oppervlakkig zijn, dan is het namelijk decoratie. Maar ik denk dat er wel altijd een zintuigelijk aspect aan hoort te zitten en niet alleen een idee mag zijn zonder visuele of auditieve uitwerking.
Gígja: ‘Ik hou op zich wel van choquerende kunst. Maar ik vind ook dat je toenadering tot de bezoeker moet zoeken. Die moet er wel iets mee kunnen. Wat dat betreft moet het los van jou als kunstenaar staan.’